Ver­se­kern in het Nedersaksisch

Identieke woorden ››› versekern ❔︎
Uitspraak in het Plat: /fəɾˈsɛː·kɐn/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Ver·se·kern
Pluralis: Versekerns f de Ver­se­kern
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: versekern + -en