Scha­den in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈʃɔːdn̩/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Scha·den
m de Scha­den
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Duits:
Examples:
Ik harr mit mien Auto en Unfall, de Schaden hett mi 1.000 Euro köst.
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Duits:
Examples:

Etymologie:

Woord afleidt van: schaden