al­so in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈalˌzɔu̯/
bijwoord
Afbreking: al·so
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Engels:
so
Duits:
Examples:
Also geiht dat nu doch loos?

Etymologie:

Woord afleidt van: so