Oh­ren­enn in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈɔː·ɾənˌɛn/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Oh·ren·enn
Pluralis: Ohrenennen n dat Oh­ren­enn
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Ohr + Enn