arf­ten­groot in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈa͡ɐftn̩ˌɡɾɔu̯t/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: arf·ten·groot
geen trappen van vergelijking
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples:
Ik harr en arftengroten Gnubbel op de Huut.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Arft + groot