Park­bank in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈpa͡ɐkˌbank/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Park·bank
Pluralis: Parkbänk f de Park­bank
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Park + Bank