Stoot in het Nedersaksisch

Pluralis: Stööt m de Stoot
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
duw
por
Engels:
hit
Duits:
Voorbeelden:
As de Waggon ankoppelt hett, hett dat en düchtigen Stoot geven.
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden: