Uitspraak in het Plat: /ˈmʊntˌɛk/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Mund·eck
Pluralis: Mundecken f de Mund­eck
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Mund + Eck