Ga­gel in het Nedersaksisch

Identieke woorden ››› Gägel ❔︎
Uitspraak in het Plat: /ˈɡɔː·ɡəl/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Ga·gel
Pluralis: Gagels m de Ga­gel
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Duits: