ex­trem in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈɛksˌtɾɛːm/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: ex·trem
extremer extremst
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:

Etymologie:

Woord afleidt van: ex-