Uitspraak in het Plat: /ɡɛhɛɪ̯mdɛɪ̯nst/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Ge·heem·deenst
Pluralis: Ge­heem­deens­ten m de Ge­heem­deenst Mecklenburgisch
Pluralis: Ge­heem­deenst m de Ge­heem­deenst Westfaals

Etymologie:

Samengesteld woord gevormd door: geheem + Deenst