Po­peer in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈpɔ·pɛː͡ɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Po·peer
Plural: Po­peern n dat Po­peer
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Duits:
=
Papier
Engels:
=
paper