zelfstandig naamwoord
Afbreking: Bang·büx
Pluralis: Ban­g­bü­xen f de Ban­g­bü­x
[1]
geavanceerde woordenschat
figuratief
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
fraidy-cat Meer tonen
Duits:
Angsthase Meer tonen
Voorbeelden:

Etymologie:

Samengesteld woord gevormd door: bang + Büx