Sülfs­moord in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈzʏlfsˌmɔu̯ɾt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Sülfs·moord
Plural: Sülfs­moor­den m de Sülfs­moord
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: sülfs + Moord