Schüt­ten­ver­een in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈʃʏtn̩·verˌeen/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Schüt·ten·ver·een
Plural: Schüt­ten­ver­e­nen m de Schüt­ten­ver­een
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Vereen von Scheetsportlers
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevorms door: Schütt + Vereen