barg­dal in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈba͡ɐçˌdɔːl/
bijwoord
Afbreking: barg·dal
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
dal
Nederlands:
Engels:
Duits:
Synoniemen:
Antoniemen:
barghoog bargan bargop

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Barg + dal