Mieg­reem in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈmiːç·ɾɛːm/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Mieg·reem
Pluralis: Miegremen f de Mieg­reem
[1]
perifere woordenschat
biologische species
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
ant
Duits:

Etymologie:

Woord afleidt van: miegen