Waal­rie­der in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈvɔːlˌɾiː·dɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Waal·rie·der
Pluralis: Waalrieders m de Waal­rie­der
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Woord afleidt van: Rieder