Brüg­gen­toll in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈbɾʏɡn̩ˌtɔl/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Brüg·gen·toll
Pluralis: Brüggentöll m de Brüg­gen­toll
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Brügg + Toll