zelfstandig naamwoord
Afbreking: Scha·per
Pluralis: Scha­pers m de Scha­per
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:

Etymologie:

Samengesteld woord gevormd door: Schaap + -er
Identieke woorden ››› Schäper ❔︎