vö­ran in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈføː·ɾˌan/
bijwoord
Afbreking: vö·ran
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: vör + an