just in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈjʊst/
bijwoord
[1]
basiswoordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
=
juist
Engels:
=
just
Duits:
=
just
Examples:
Wannehr is dat ween? — Just nu!
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
=
juist
Engels:
=
just
Duits:
Examples: