Lucht­oort in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈlʊxtˌɔu̯ɾt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Lucht·oort
Plural: Lucht­öör m de Lucht­oort
[1]
geavanceerde woordenschat

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Lucht + Oort