Schru­ven­slö­tel in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈʃɾuːm̩ˌsløː·təl/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Schru·ven·slö·tel
Plural: Schru­ven­slö­tels m de Schru­ven­slö­tel
[1]
geavanceerde woordenschat
Nederlands:
Engels:
Examples:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Schruuv + Slötel