Tweern­bü­del in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈtvɛː͡ɐnˌbyː·dəl/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Tweern·bü·del
Plural: Tweern­bü­dels m de Tweern­bü­del
[1]
geavanceerde woordenschat
figuratiev

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Tweern + Büdel