Törf­kopp in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈtœ͡ɐfˌkɔp/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Törf·kopp
Plural: Törf­köpp m de Törf­kopp
[1]
geavanceerde woordenschat
figuratiev

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Törf + Kopp