See­amt in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈzɛːˌamt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: See·amt
Plural: See­äm­ter n dat See­amt
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:
=
Seeamt

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: See + Amt