Uitspraak in het Plat: /ˈfɛˌdɔk·təɾ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Veh·dok·ter
Pluralis: Vehdokters m de Veh­dok­ter
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
De Vehdokter hett de Koh en Sprütt geven.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Veh + Dokter