Snack­fatt in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈsnakˌfat/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Snack·fatt
n dat Snack­fatt
[1]
geavanceerde woordenschat
figuratiev

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: snacken + Fatt