Snuuv­to­back in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈsnuːfˌtɔ·bak/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Snuuv·to·back
m de Snuuv­to­back
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: snuven + Toback