Sünn­brand in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈzʏnˌbɾant/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Sünn·brand
m de Sünn­brand
[1]
geavanceerde woordenschat
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Sünn + Brand