Uitspraak in het Plat: /ˈɔː·vəntˌɛɪ̯tn̩/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: A·vend·e·ten
Pluralis: Avendeten n dat A­vend­e­ten
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
Steiht dat Avendeten al op’n Disch?

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Avend + Eten