Ach­ter­siet in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈax·tɐˌziːˑt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Ach·ter·siet
Pluralis: Achtersieden f de Ach­ter­siet
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
De Goorn liggt op de Achtersiet von’t Huus.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: achter + Siet