Vad­der­land in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈfa·dɐˌlant/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Vad·der·land
Plural: Vad­der­län­ner n dat Vad­der­land West-Grupp, Westfälisch
Plural: Vad­der­lan­nen n dat Vad­der­land
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Vadder + Land