Vad­der in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈfa·dɐ/ 🔊︎
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Vad·der
Plural: Vad­ders m de Vad­der
[1]
basiswoordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples:
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples: