Bam­buus in het Nedersaksisch

Uitspraak: /bamˈbuːz/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Bam·buus
Plural: Bam­bu­sen m de Bam­buus
[1]
geavanceerde woordenschat
negative Waarschuwing: deze onderbeduiding is een negatieve uitdrukking en zal in een neutrale context wal beter niet gebruikt worden. Lijst van woorden als deze:
Examples:
De Jungs in’t Dörp, dat weren so Bambusen!
[2]
perifere woordenschat
Nedersaksisch: