Foot­patt in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈfɔu̯tˌpat/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Foot·patt
Pluralis: Footpaden m de Foot­patt Nordniedersächsisch
Pluralis: Footpadden m de Foot­patt
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Foot + Patt