Au­to in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈaʊ̯·tɔ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Au·to
Pluralis: Autos n dat Au­to
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
car
Duits:
Voorbeelden: