to in het Nedersaksisch

[1]
basiswoordenschat
actief
Nedersaksisch:
över de Maten
Engels:
=
too
Duits:
=
zu
Examples:
[1] De Weg is mi to wiet.
[2]
basiswoordenschat
actief
Nedersaksisch:
wieder
Engels:
on
Duits:
=
zu
Examples:
[1] Loop man to!
[3]
basiswoordenschat
actief
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:
=
zu
Examples:
[1] Dat is al na Klock sess. De Laden is al to.
[4]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
extra
Duits:
Examples:
[1] Krieg ik dor noch wat to?
[5]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
vörwards
Duits:
Examples:
[1] To! Loop man en beten gauer!
[6]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Examples:
[1] Dat is en to schönen Anblick!