Flag­g­schipp in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈflaɡˌʃɪp/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Flagg·schipp
Pluralis: Flaggscheep n dat Flag­g­schipp
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Flagg + Schipp