Puf­fer in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈpʊ·fɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Puf·fer
Pluralis: Puffers m de Puf­fer
[1]
geavanceerde woordenschat
Voorbeelden:
Vonmiddag hebbt wi Puffers eten.

Etymologie:

Woord afleidt van: -er