Lehm­sta­ken in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈlɛːmˌstɔːkn̩/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Lehm·sta·ken
Plural: Lehm­sta­kens m de Lehm­sta­ken
[1]
perifere woordenschat

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Lehm + Staken