Peer­schiet in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈpɛːˑ͡ɐˌʃiːˑt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Peer·schiet
Niet gebruikt het pluralis m de Peer­schiet Nordniedersächsisch
Niet gebruikt het pluralis f de Peer­schiet
[1]
geavanceerde woordenschat
Examples:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Peerd + Schiet