Wol­per­nacht in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈvɔl·pɐˌnaxt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Wol·per·nacht
f de Wol­per­nacht
m de Wol­per­nacht
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Examples:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Wolper + Nacht