Kö­ken­fins­ter in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈkøːkn̩ˌfɪns·tɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Kö·ken·fins·ter
Plural: Kö­ken­fins­tern n dat Kö­ken­fins­ter Nordniedersächsisch
Plural: Kö­ken­fins­ters n dat Kö­ken­fins­ter
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Examples:
He keek ut dat Kökenfinster un weer an’t Simmeleren.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Köök + Finster