Fins­ter in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈfɪns·tɐ/ 🔊︎
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Fins·ter
Pluralis: Finstern n dat Fins­ter Nordniedersächsisch
Pluralis: Finsters n dat Fins­ter
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden: