ach­ter­her in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ax·tɐˈhɛ͡ɐ/
bijwoord
Afbreking: ach·ter·her
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
na wat (Tiet)
Engels:
Duits:
Examples:
Achterher is to laat.
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:
Examples:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: achter + her