Root­slamm in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈɾɔu̯tˌslam/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Root·slamm
Niet gebruikt het pluralis m de Root­slamm
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Examples:
In dat Moor bi Staad gifft dat en Deponie för Rootslamm.

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: root + Slamm