Prim­tall in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈpɾiːmˌtal/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Prim·tall
Plural: Prim­tal­len f de Prim­tall
[1]
geavanceerde woordenschat
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Woord afleidt van: Tall