Jun­g­mann in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈjʊŋˌman/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Jung·mann
Plural: Jun­g­lüüd m de Jun­g­mann
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:
[2]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: jung + Mann